Indicaties voor behandeling

Een Barrett slokdarm geeft een hoger risico op het krijgen van slokdarmkanker. Het is een klein risico en daarom zijn regelmatige endoscopische controles meestal voldoende om onrustige cellen in een vroeg stadium te ontdekken. Als er sprake is van onrustige cellen, is er in sommige gevallen wel een behandelindicatie. Dit wordt hieronder besproken.


Barrett slokdarm zonder onrustige cellen

Een Barrett slokdarm zonder onrustige cellen behoeft geen behandeling. Regelmatige endoscopische controles iedere 3-5 jaar, zijn volgens de huidige richtlijnen voldoende om onrustige cellen in een vroeg en behandelbaar stadium op te sporen bij patienten met een Barrett slokdarm van 1cm of langer. In principe kan deze endoscopische controle in alle ziekenhuizen plaatsvinden. Alleen bij patienten met een zeer lange Barrett slokdarm (> 10cm), wordt geadviseerd deze controles in een Barrett Expert Centrum te laten plaatsvinden.
Medicatie en leefstijl adviezen zijn er voornamelijk op gericht om klachten veroorzaakt door reflux (het terugstromen van maagzuur in de slokdarm) zoveel mogelijk te beperken.


Laaggradige dysplasie (licht onrustige cellen)

Als er laaggradige dysplasie wordt vastgesteld bij een patiƫnt met Barrett slokdarm en wordt bevestigd door een ervaren patholoog, is de kans op het ontstaan van slokdarmkanker groter dan bij een Barrett slokdarm zonder onrustige cellen. Endoscopische controle zal daarom vaker plaatsvinden, namelijk iedere 6 tot 12 maanden. Een recente studie in meerdere Europese ziekenhuizen heeft aangetoond dat behandeling van een Barrett slokdarm met licht onrustige cellen door middel van Radiofrequente Ablatie (RFA), het risico op het ontwikkelen van kanker sterk verminderd. Bij patienten met een bevestigde diagnose van licht onrustige cellen kan deze behandeling volgens de richtlijn worden toegepast. Over RFA staat elders op deze website uitgebreide informatie.


Hooggradige dysplasie (ernstig onrustige cellen)

De kans dat hooggradige dysplasie in een Barrett slokdarm uiteindelijk in slokdarmkanker ontaard is behoorlijk groot. Daarom heeft hooggradige dysplasie een behandel indicatie. Omdat hooggradige dysplasie geen risico geeft op uitzaaiingen naar lymfeklieren en andere organen, kan er endoscopische behandeling plaatsvinden. Endoscopische behandeling is er op gericht om de slokdarm te behouden en bestaat meestal uit een combinatie van endoscopische resectie voor de behandeling van zichtbare afwijkingen in het Barrett slijmvlies aangevuld met RFA, voor de verwijdering van resterend Barrett slijmvlies.


Vroege vormen van kanker

Vroege vormen van kanker die zich beperken tot oppervlakkige lagen van de wand van de slokdarm hebben een zeer laag risico op uitzaaiing naar lymfeklieren of andere organen. Daarom kunnen deze vroege vormen van kanker ook endoscopisch worden behandeld. Eerst wordt een endoscopische resectie verricht om de slokdarmkanker te verwijderen. Vervolgens wordt er vaak gekozen om ook het resterende Barrett slijmvlies te behandelen met RFA. Dit om te voorkomen dat er opnieuw slokdarmkanker ontstaat.


Verder gevorderde stadia van kanker

In het geval van gevorderde stadia van slokdarmkanker, volstaat endoscopische behandeling niet meer. Chirurgische behandeling is dan de eerste keuze voorafgegaan door chemo- en radiotherapie.