Maatregelen

Bij de medische begeleiding van patiënten met een Barrett slokdarm zijn twee zaken van belang: behandeling van de refluxklachten en een regelmatige controle van het Barrett slijmvlies.


Behandeling van refluxklachten

Refluxklachten kunnen meestal goed worden behandeld door het opvolgen van leefvoorschriften en door medicijnen.

Er zijn verschillende leefvoorschriften die de refluxklachten kunnen verminderen:

  • De meeste irritatie van de slokdarm door reflux treedt ’s nachts op. Door het hoofdeinde van het bed op te hogen met klossen (ongeveer 20 cm) loopt maagzuur minder makkelijk terug.
  • Het is raadzaam om de eerste uren na een maaltijd niet plat te gaan liggen.
  • Alcohol, nicotine (roken) en cafeïne (koffie, cola) verminderen de afsluitfunctie van de slokdarm en kunnen reflux uitlokken. Gebruik deze daarom niet, of zo weinig mogelijk.
  • Vermijd zoveel mogelijk vetrijke maaltijden.

Refluxklachten zijn goed te behandelen met medicijnen. Deze werken voornamelijk in op het maagzuur en hebben weinig bijwerkingen. Grofweg zijn er twee soorten medicijnen:

  • Neutraliserende middelen: maken de maag minder zuur (bv. Rennies (calciumcarbonaat/magnesiumcarbonaat), Maalox (algeldraat/magnesiumhydroxide), e.d.) Deze middelen hebben direct effect. Dit effect houdt echter kort aan. Nadat het maagzuur is geneutraliseerd, maakt de maag extra zuur aan waardoor de klachten kunnen terugkeren. Deze medicijnen zijn geschikt om incidentele klachten te behandelen en zijn minder geschikt voor langdurig en regelmatig gebruik.
  • Zuurremmende middelen: remmen de productie van maagzuur (bv. Losec (omeprazol), Nexium (esomeprazol), Pantozol (pantoprazol), Prezal (lansoprazol), Pariet (rabeprazol), e.d.). Het effect van deze middelen houdt langer aan. Ze zijn dan ook geschikt voor de onderhoudsbehandeling van refluxklachten. De meeste patiënten met een Barrett slokdarm hebben een dergelijk middel als dagelijkse medicatie.


Regelmatige controle van de Barrett slokdarm

Patiënten met een Barrett slokdarm hebben een verhoogde kans op slokdarmkanker. Dit is een ernstige ziekte die doorgaans pas laat klachten geeft. Genezing is dan vaak niet meer mogelijk. Door de Barrett slokdarm regelmatig te controleren kunnen we slokdarmkanker in een vroeg stadium ontdekken, zodat de kans op genezing wordt vergroot. Het is van belang te benadrukken dat slechts een kleine groep Barrett patiënten (minder dan 5%) daadwerkelijk slokdarmkanker ontwikkelt.

Omdat we nog niet kunnen voorspellen welke patiënten slokdarmkanker ontwikkelen, worden alle patiënten met een Barrett slokdarm regelmatig onderzocht. Dit gebeurt door middel van een gastroscopie. Tijdens deze gastroscopie wordt het Barrett slijmvlies nauwkeurig geïnspecteerd en worden kleine stukjes weefsel (biopten) weggenomen voor nader onderzoek op onrustige cellen. We noemen deze onrustige cellen: dysplasie. Afhankelijk van de uitslag van het weefselonderzoek wordt het tijdstip voor de volgende controle vastgesteld.