Lopende onderzoeken


Onderzoek naar het verbeteren van beeldvorming en diagnostiek:

Studies naar betere beeldvorming» WATS 3D»


Onderzoek naar nieuwe behandelmethoden en het verbeteren van bestaande behandelmethoden:

PREFER studie » SNAP-III studie » Cryoablatie »


Onderzoek naar biologische markers:

ReBus studie »


Onderzoek op het gebied van pathologie:

LANS project »

Onrustige cellen en vroege vormen van slokdarm kanker in de Barrett slokdarm zijn vaak moeilijk te onderscheiden met witlicht endoscopie. Daardoor kan het een lastige taak zijn voor de endoscopist om deze te ontdekken, wat echter zeer belangrijk is omdat in een vroeg stadium de afwijkingen nog endoscopisch behandeld kan worden. Geavanceerde beeldvormende technieken zouden afwijkingen in de Barrett slokdarm mogelijk beter zichtbaar kunnen maken. Daarom wordt er veel onderzoek gedaan naar verschillende typen nieuwe technieken; zo kan bijvoorbeeld naast wit licht ook blauw licht gebruikt worden om de slokdarm te bekijken. Momenteel onderzoeken we of blauw licht het weefseloppervlak en de bloedvaatjes van de slokdarmwand beter kan afbeelden dan wit licht, waardoor vroege afwijkingen beter zichtbaar gemaakt zouden kunnen worden.


Bij patiënten met een Barrett slokdarm nemen we weefselhapjes (biopten), om te onderzoeken of er onrustige cellen in de Barrett slokdarm zitten. Normaal gesproken nemen we 4 kleine hapjes van iedere 2 centimeter van de slokdarm om te beoordelen of er onrustige cellen aanwezig zijn.

Een nieuwe techniek om de aanwezigheid van onrustige cellen in het Barrett weefsel te onderzoeken is de WATS 3D techniek (CDx Diagnostics). In plaats van kleine hapjes, wordt er met deze techniek met een borsteltje over de Barrett slokdarm geschaafd om zo weefsel te verkrijgen dat kan worden onderzocht op aanwezigheid van onrustige cellen. In dit onderzoek ondergaan patiënten zowel de standaard biopten als het WATS 3D borsteltje, zodat we de technieken direct met elkaar kunnen vergelijken om te beoordelen met welke techniek we beter in staat zijn om onrustige cellen in een Barrett slokdarm te vinden.


In de PREFER studie willen wij onderzoeken of het veilig is om patiënten met vroege slokdarmkanker, nadat de kanker in de slokdarm door de maag-darm-leverarts is weggesneden van binnenuit, endoscopisch te vervolgen.
De afgelopen decennia hebben patiënten met vroege slokdarmkanker een aanvullende operatie moeten ondergaan. Bij deze grote en belastende operatie worden de slokdarm en de omliggende lymfeklieren verwijderd, en wordt er van de maag een nieuwe slokdarm gemaakt (de ‘buismaagoperatie’). De buismaagoperatie wordt alleen uitgevoerd omdat er een risico op lymfeklier uitzaaiingen bestaat, de tumor zelf is namelijk al door de maag-darm-leverarts van binnen uit weggesneden. Er werd lang gedacht dat het risico op uitzaaiingen naar de lymfeklieren heel hoog was, namelijk rond de 50%. Uit nieuwer onderzoek blijkt dat dit risico veel lager is dan werd gedacht, namelijk 0% tot 20%. De meerderheid van de patiënten met vroege slokdarmkanker ondergaat dus een buismaagoperatie en vervolgens blijken er géén uitzaaiingen in de lymfeklieren te zitten, en óók geen kanker meer in de slokdarm.
Omdat de buismaagoperatie in de meerderheid van de patiënten dus onnodig blijkt te zijn en omdat de buismaagoperatie een zeer ingrijpende operatie is, denken wij dat het endoscopisch vervolgen door zeer regelmatig de slokdarm en de lymfeklieren rondom de slokdarm endoscopisch te controleren, een goed alternatief is voor de buismaagoperatie.

In de SNAP-III studie onderzoeken we de waarde van de schildwachtklierprocedure in de behandeling van vroege vormen van slokdarmkanker. De schildwachtklierprocedure wordt nu al veel toegepast bij borst- en huidkanker.
Nadat de kanker in de slokdarm door de maag-darm-leverarts van binnenuit is weggesneden, moeten patiënten met vroege slokdarmkanker vaak een aanvullende slokdarmoperatie ondergaan vanwege het verhoogde risico op uitzaaiingen naar de lymfeklieren. Bij deze operatie worden de slokdarm en de omliggende lymfeklieren verwijderd en wordt van de maag een nieuwe slokdarm gemaakt (‘buismaagoperatie’).
Wij denken dat een deel van de patiënten een ingrijpende buismaagoperatie bespaard kan blijven met behulp van de schildwachtklierprocedure. Als de schildwachtklier, de lymfeklier het dichtst bij de kanker, geen kankercellen bevat, hoeven de overige lymfeklieren en de slokdarm niet verwijderd te worden. Het concept van de schildwachtklierprocedure is reeds onderzocht bij 10 patiënten. In dit onderzoek willen wij de schildwachtklierprocedure bij 10 patiënten met een vroege vorm van slokdarmkanker toepassen met als doel een onnodige buismaagoperatie te voorkomen. Daarnaast willen we ook het effect van de schildwachtklierprocedure op het functioneren van de slokdarm en maag, en de kwaliteit van leven onderzoeken.

Een Barrett slokdarm kan behandeld worden middels RFA, maar er is sinds kort ook een andere techniek beschikbaar: cryo-ablatie. Met deze techniek bevriezen we de Barrett slokdarm in plaats van deze te verhitten (zoals tijdens RFA gebeurd). Eerder onderzoek laat zien dat cryo-ablatie veilig is. Daarnaast laat onderzoek in kleine groepen patiënten zien dat het ook effectief is voor de behandeling van een korte Barrett slokdarm. Het systeem dat we tot nu toe hebben gebruikt is alleen geschikt voor de behandeling van een korte Barrett slokdarm, omdat het slechts een klein gebiedje per keer bevriest.
Er is recent een nieuw cryo-ablatie systeem ontwikkeld: “het Swipe systeem”. Dit nieuwe systeem is vrijwel identiek aan het oude systeem, echter het kan grotere gebiedjes van de Barrett slokdarm in één keer behandelen. We onderzoeken nu de veiligheid en effectiviteit van dit Swipe-systeem.


Het ReBus onderzoek is opgezet om alle patiënten die endoscopische controle voor Barrett slokdarm ondergaan in de regio Amsterdam, in kaart te brengen. 16 ziekenhuizen in de regio Amsterdam zijn bij dit onderzoek betrokken. Van patiënten die toestemming hebben gegeven om mee te werken aan het onderzoek worden relevante medische gegevens geregistreerd in een database in het Academisch Medisch Centrum. Daarnaast worden de stukjes weefsel die tijdens eerdere controle endoscopieën zijn afgenomen naar het AMC worden gestuurd en opgeslagen. Met deze gegevens is dan verder onderzoek mogelijk.

Ten eerste kan aan de hand van de gegevens van alle controle endoscopieën, van alle patiënten, een goed beeld worden verkregen van het risico om onrustige cellen in Barrett slokdarm te ontwikkelen. Ook kan er worden gekeken of er factoren zijn die dit risico verhogen of juist verlagen.

Daarnaast zal met de stukjes weefsel die verzameld zijn onderzoek worden gedaan naar biomarkers; stofjes die in verhoogde concentratie aanwezig kunnen zijn als er sprake is van onrustige cellen in de Barrett slokdarm. Deze biomarkers kunnen gebruikt worden om te voorspellen of Barrett weefsel mogelijk onrustig zal worden en op termijn slokdarmkanker zal veroorzaken. Met behulp van de medische gegevens kunnen dan stukjes weefsel vergeleken worden van patiënten met en patiënten zonder hooggradige dysplasie of kanker.

Het Landelijk Adviesplatform Neoplasie Slokdarm (LANS) is opgericht om te faciliteren bij de diagnostiek van lastige gevallen van Barrett slokdarm. Pathologen met veel ervaring op Barrett gebied hebben zitting in dit panel en kunnen om hun mening worden gevraagd bij lastige gevallen. De meeste pathologen stellen hun diagnoses nu nog met behulp van hun microscoop, maar bij dit aankomende platform zal het proces volledig gedigitaliseerd zijn. Dit betekent dat de pathologen de beelden via hun beeldscherm en een (goed beveiligd) online programma kunnen inzien. Dit zal zorgen voor veel tijdswinst, aangezien het materiaal dan niet meer tussen de verschillende ziekenhuizen hoeft te worden getransporteerd.

Voordat de diagnoses digitaal mogen worden gesteld, moet er eerst worden getest of die methode wel even goed werkt als de microscoop (stap 1). Daarna moet de werking van het platform zelf worden getest (stap 2). Daarna kan het echte platform van start gaan (stapt 3). Op dit moment zijn we bezig met stap 2. De conclusie van stap 1 is dat digitale microscopie even goed werkt als conventionele microscopie, en dat de methode dus mag worden gebruikt bij de diagnostiek naar Barrett slokdarm. De lancering van LANS zal stap 3 vormen.