Overige behandelingen

Argonplasma coagulatie (APC)
Bij argonplasma coagulatie (APC) wordt een catheter (een dun kunststof slangetje) door de endoscoop opgevoerd en tot dicht op het slijmvlies gebracht. Via de catheter stroomt argongas dat een elektrische stroom naar het Barrett slijmvlies geleidt. Hierdoor werkt de catheter als een “minivlammenwerper” die de oppervlakkige lagen van de slokdarm wegbrandt. Na APC kan het weggebrande Barrett slijmvlies genezen als normaal slokdarm slijmvlies.
APC wordt meestal gebruikt als aanvulling op andere behandelingen, om kleine gebiedjes met Barrett slijmvlies te behandelen die achterblijven na bijvoorbeeld endoscopische resectie of radiofrequente ablatie (figuur 1).

Figuur 1. Argonplasma coagulatie (APC)

Cryoballon ablatie (CBA)
Bij cryoballon ablatie wordt het Barrett slijmvlies bevroren in plaats verhit, zoals bij andere ablatie technieken. Er wordt een cathether (een dun kunststof slangetje) met aan het uiteinde een ballonnetje door de endoscoop opgevoerd.
Vloeibaar stikstof oxide (de cryogene vloeistof) stroom door de catheter, waar aan het uiteinde een klein spray-gat zit. Het vloeibare stikstofoxide wordt dan gasvormig, waardoor het de ballon opblaast. De ballon wordt daardoor zo koud, dat deze de binnenkant van de slokdarm bevriest. De stikstofoxide gaat weer terug in de catheter: er komt dus niets vrij in het lichaam. Door dit bevriezen zal het afwijkende Barrett slijmvlies afsterven en kan nieuw gezond slijmvlies terug groeien.
In figuur 2 ziet u de catheter met de opgeblazen ballon, waarbij een deel van de slokdarm wordt bevroren door de stikstof oxide (witte spray).
Cryoballoon ablatie is een relatief nieuwe techniek die alleen nog in het kader van wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd.

Figuur 2. Cryoballon ablatie

Chirurgie
Een slokdarmresectie (de operatieve verwijdering van de slokdarm) is een behandeling die alleen wordt geadviseerd voor patiƫnten die niet in aanmerking komen voor endoscopische behandeling van hooggradige dysplasie of slokdarmkanker. Dit kan het geval zijn als endoscopsiche behandeling technisch niet haalbaar is, door bijvoorbeeld vernauwing van de slokdarm. Ook wanneer slokdarmkanker in een gevorderd stadium is, waardoor endoscopische behandeling niet meer verantwoord is door een verhoogd risico op uitzaaiing via lymfeklieren, verdient operatieve verwijdering van de slokdarm de voorkeur.